Register van nieuwbouw in Nederland CBS-cijfers t/m mei 2026 · gecontroleerd 26 okt Bron: CBS & Kadaster/BAG
Nieuwbouwprojecten

Register · Analyses

40% woont niet samen met een partner

Vrouw pakt dozen uit in een klein nieuwbouwappartement met bouwkraan in beeld, ernaast een gezinsappartement

Vier op de tien volwassen Nederlanders wonen niet samen met een partner. Dat klinkt als een cijfer voor de relatiepagina, maar het is het belangrijkste woningmarktcijfer van deze week. Want elk huishouden dat splitst, heeft een eigen voordeur nodig.

Het CBS publiceerde de nieuwe cijfers vanochtend: steeds meer mensen zijn single of hebben een latrelatie. In 2025 woonde 60 procent van de volwassenen samen met een partner, 30 procent had geen vaste partner en 10 procent een latrelatie. In 2013 was dat nog 65, 27 en 8 procent.

Let op welk getal je waar leest

Single zijn en alleen wonen is niet hetzelfde, en dat gaat in koppen vaak door elkaar. Begin 2025 woonden 5,7 miljoen volwassenen zonder partner in huis. Daarvan wonen er 4,4 miljoen echt alleen, zijn er 627 duizend alleenstaande ouder, en woont een deel nog bij de ouders.

Ook de leeftijdsverdeling is scherper dan het beeld van de eeuwige stadssingle. Onder de 25 woont 8 procent samen; tussen 35 en 75 is dat ongeveer 70 procent; van de 75-plussers woont zo’n 42 procent alleen zonder vaste partner, meestal omdat de partner is overleden.

Even rekenen wat die verschuiving waard is

Uit de cijfers van het CBS kun je zelf afleiden hoe groot deze groep is. Die 5,7 miljoen volwassenen zonder partner in huis is samen 40 procent van alle volwassenen. Dan telt Nederland dus ruim 14 miljoen volwassenen.

Het aandeel mensen zonder vaste partner ging sinds 2013 van 27 naar 30 procent. Drie procentpunt op 14 miljoen volwassenen is ongeveer 425.000 mensen. Wonen die niet allemaal alleen, dat klopt. Maar zelfs als maar de helft ervan een eigen woning nodig heeft, praat je over ruim 200.000 extra huishoudens in twaalf jaar — bovenop de bevolkingsgroei, en zonder dat er één extra persoon in Nederland bij is gekomen.

Dat is de kern van huishoudensverdunning: de bouwopgave groeit ook als de bevolking níét groeit. Wie alleen naar inwonertallen kijkt, onderschat de vraag structureel.

Wat het voor nieuwbouw betekent

Meer huishoudens van één of twee personen betekent andere plattegronden: kleinere woningen, meer appartementen, meer bergingen en fietsplekken per vierkante meter woonoppervlak. Die verschuiving zie je terug in wat er nu vergund en gebouwd wordt.

Interessant is dat dat botst met een ander cijfer waar we eerder over schreven. Nederlanders hebben gemiddeld ruim 41 vierkante meter nuttig woonoppervlak per persoon — wat de vraag oproept of we wel echt te groot wonen. Eén persoon in een appartement van negentig vierkante meter zit daar ruim boven; twee personen in datzelfde appartement zitten er net onder. De verdunning kost dus niet alleen woningen, maar ook ruimte per woning.

De uitweg zit niet alleen in bouwen

Als meer mensen samen onder één dak wonen, loopt het tekort sneller terug. Niet als relatieadvies bedoeld: denk aan een huis kopen met vrienden, bestaande woningen splitsen in kleinere appartementen, en woningdelen dat in steeds meer gemeenten weer is toegestaan.

Wij houden daar één nuchtere kanttekening bij. Splitsen en optoppen worden vaker aangekondigd dan uitgevoerd, en de nieuwbouwpijplijn zelf loopt al niet lekker: meer dan de helft van de vergunde woningen ligt stil. Zolang dat zo is, verandert een extra bouwplan minder aan het tekort dan een vergunning die eindelijk in een bouwput verandert.

Kijk je zelf rond in het aanbod, houd dan rekening met wat je hier ziet: kleinere woningen, meer appartementen en meer projecten getekend op één- en tweepersoonshuishoudens. Op onze pagina met nieuwbouw te koop zie je diezelfde verschuiving terug.