Kamertekort: wie opgeeft telt niet mee

Over twee weken staat er weer een rij bakfietsen met matrassen voor een studentenhuis in Utrecht. Wat je daar niet ziet, is de groep die dit jaar niet komt. Die zocht een half jaar, rekende het uit, en bleef thuis wonen.
Dat is precies wat er nu in de cijfers gebeurt. Landelijk ontbreken ruim twintigduizend studentenkamers, blijkt uit de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting. Wie wel doorzoekt en iets vindt in de particuliere sector, betaalt gemiddeld 643 euro per maand, meldt TPO.
Van 52 naar 44 procent uitwonend, in acht jaar
Het aandeel Nederlandse hbo- en universitaire studenten dat uitwonend is, zakte van 52 procent acht jaar geleden naar 44 procent nu. Nieuwe studentenwoningen komen er wel bij, maar minder snel dan het aandeel daalt.
De prijsverschillen tussen steden zijn groot genoeg om een studiekeuze mee te sturen. Groningen zit gemiddeld op 573 euro, Amsterdam rond de 950. Utrecht, Rotterdam, Haarlem en Den Haag staan allemaal boven de 700. Reken dat verschil tussen Groningen en Amsterdam even door: 377 euro per maand is 4.524 euro per jaar, en dat is voor de meeste studenten het verschil tussen wel en niet uit huis.
Een tekort dat krimpt omdat mensen opgeven, is geen kleiner tekort
Hier zit het cijfer waar wij het meest van schrokken. Niet alleen het aantal uitwonende studenten daalt, ook de wéns om op kamers te gaan zakte: van 59 procent acht jaar geleden naar 49 procent nu.
Leg die twee reeksen naast elkaar en je ziet wat er gebeurt met de meting. Acht jaar geleden wilde 59 procent uit huis en lukte het 52 procent: een gat van 7 procentpunt. Nu wil 49 procent het en lukt het 44 procent: een gat van 5 procentpunt. Het onvervulde deel is op papier kleiner geworden, terwijl er niets is opgelost. Wie de markt kansloos vindt, telt niet langer mee als zoeker.
Dat is geen technisch detail. Beleid dat stuurt op gemeten vraag, bouwt precies zoveel als de mensen die het nog proberen. De onderzoekers zeggen het zelf: het ervaren tekort ligt hoger dan het cijfermatige tekort. Wij zouden het scherper zeggen. Een wachtlijst waar mensen vanaf lopen, is geen goed nieuws over de wachtlijst.
Bouwen lost de kamers van dít collegejaar niet op
En dan het ongemakkelijke deel voor een site die over nieuwbouw gaat. “Bouwen” is hier niet het antwoord op de vraag van september. Twintigduizend kamers zet je niet in twee jaar neer, en het verlies zit voor een flink deel in bestaande voorraad die uit de verhuur loopt: particuliere verhuurders verkopen hun bezit na de invoering van de Wet betaalbare huur, en corporaties bouwen wel bij maar compenseren dat verlies niet. Er verdwijnt aanbod uit precies het segment waar studenten op zijn aangewezen.
Wie dus roept dat er alleen maar een schop in de grond hoeft, praat over 2030. Voor dit collegejaar telt alleen wat er nu verhuurd wordt. Dat patroon van vergunnen zonder bouwen kennen we: meer dan de helft van de vergunde woningen ligt stil, en een vergunning is geen sleutel.
Maak nooit borg over voor een kamer die je niet hebt gezien
Krapte trekt oplichters aan. Bij de Housing hotline van de Landelijke Studentenvakbond ging vorig jaar één op de tien binnengekomen mails over huurfraude: studenten die borg overmaakten voor een kamer die niet bestond.
Dus dit, vandaag nog, voordat het aanbod deze week opdroogt: spreek met je zoon of dochter af dat er geen euro weggaat vóór er een bezichtiging is geweest én er een huurcontract met een adres en een naam op tafel ligt. Een verhuurder die haast maakt met de borg en niet met de sleutel, is geen verhuurder. Dat gesprek kost tien minuten en scheelt in het slechtste geval twee maandhuren.
De volgende monitor verschijnt pas dit najaar
In Eindhoven haakten in 2025 volgens de universiteit ongeveer vijfhonderd eerstejaars af voordat het collegejaar begon, ruwweg één op de zes nieuwe studenten, omdat er geen kamer was. Of dat dit jaar opnieuw gebeurt, staat pas in de volgende editie van de monitor, en die komt in het najaar.
Tot die tijd is de belangrijkste maat niet het aantal kamers maar het aantal zoekers. Blijft dat dalen, dan daalt het gemeten tekort mee en ziet de statistiek er ieder jaar iets beter uit dan de gang van zaken op straat. De bredere beweging erachter, steeds meer mensen die alleen wonen, drukt op dezelfde voorraad.