Wooncoöperatie: de wet is er nog niet

Een leeg grasveld, vier mensen eromheen en een tekening die ze zelf hebben gemaakt. Zo ziet het plan van De Jelt eruit: 48 kunstenaars die samen hun eigen huizen willen bouwen, van hout en kozijnen die ergens anders overbleven. De coöperatie bestaat ongeveer tien jaar. Er is nog geen paal de grond in gegaan, want ze hebben geen grond.
Dat is niet het verhaal van één club pechvogels. Wooncoöperatie Rust en Reuring zoekt na tien jaar ook nog. Ze deden mee aan de eerste aanbesteding voor wooncoöperaties in de gemeente Utrecht, die naar een andere coöperatie ging. De tweede loopt nu in Leidsche Rijn, maar die locatie vinden ze niet geschikt. Buiten de stad is het aanbod nog schaarser.
De wet die dit moet oplossen ligt er, en is niet af
De hoop van die coöperaties is gevestigd op de Wet bevordering wooncoöperaties, een initiatiefvoorstel van SP-Kamerlid Sandra Beckerman dat de Woningwet wijzigt. Het voorstel vult de definitie van de wooncoöperatie aan met twee smaken: de beheerwooncoöperatie, waarbij bewoners samen huren van een corporatie of gemeente, en de vastgoedwooncoöperatie, waarbij ze samen eigenaar zijn. Met die definities moeten financieringsdrempels wegvallen en wordt het voor gemeenten makkelijker om uitzonderingen te maken. Gemeenten moeten daarnaast hun beleid voor wooncoöperaties kenbaar maken.
De Tweede Kamer nam het voorstel op 30 juni 2026 aan, met een brede meerderheid: voor stemden PRO, SP, 50PLUS, D66, Volt, PvdD, CDA, DENK, SGP, ChristenUnie, BBB, lid Keijzer en PVV. Tegen stemden VVD, FVD, Groep Markuszower en JA21.
“Eind september behandeld” klopt niet, en dat verschil is maanden
Hier zit een detail dat in de berichtgeving verdwijnt en dat voor iedereen met een bouwplan het verschil maakt. Het beeld dat de wet eind september in de Eerste Kamer wordt behandeld, is te vroeg. Op de eigen pagina van de Eerste Kamer staat wat er die maand echt gebeurt: de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening levert op 22 september 2026 inbreng voor het verslag.
Dat is de schriftelijke voorbereiding, de eerste stap. Daarna volgt een memorie van antwoord, mogelijk nog een ronde vragen, dan pas plenaire behandeling en een stemming. Bij een initiatiefwet is dat traject zelden kort. Wie zijn planning ophangt aan “eind september” rekent zich rijk met een agendapunt dat over de inhoud nog niets zegt. Het voorstel is trouwens al ingediend op 3 juli 2025: dit loopt inmiddels ruim een jaar.
Een definitie in de Woningwet levert geen kavel op
En dan de kant waar wij het mee eens zijn en die zichzelf overschat. De initiatiefnemers en de coöperaties presenteren deze wet als de oplossing voor het locatieprobleem. Dat is hij niet, en dat kan hij ook niet zijn. Het probleem dat De Jelt beschrijft is keihard economisch: “Er is een oververhitte woningmarkt, met veel projectontwikkelaars. Die hebben gewoon veel meer poen”, zegt voorzitter Jop Vissers Vorstenbosch. Een definitie in de Woningwet verandert daar niets aan.
Wat de wet wél kan doen, is de tweede horde slechten die hij noemt: eisen bij aanbestedingen die voor een gezamenlijk woonproject nergens op slaan, zoals de ingewikkelde regels rond het splitsen van woningen. En de derde: ambtenaren die volgens hem simpelweg niet weten wat ze met deze woonvorm aanmoeten, omdat hij zo weinig voorkomt. Dat zijn reële winstpunten. Grond kopen van een ontwikkelaar met diepere zakken wordt er niet makkelijker van.
Ook de verwijzing naar Oostenrijk, waar volgens Vissers Vorstenbosch het merendeel van de sociale huurwoningen via zo’n systeem loopt, is een argument en geen bewijs. Dat stelsel is over decennia opgebouwd, met gemeentelijke grondposities die hier niet bestaan. Gebruik het als richting, niet als voorspelling.
Kijk in je eigen gemeente of er beleid ligt, niet of er grond ligt
Wie zelf met een groep aan het rondkijken is, doet er goed aan om deze week één ding op te zoeken: heeft jouw gemeente al vastgelegd wat haar beleid voor wooncoöperaties is? Dat is precies de verplichting die het wetsvoorstel wil invoeren, dus gemeenten die het nu al hebben, lopen vooruit. Staat er niets, dan weet je dat een gesprek met de gemeente eerst over de vorm gaat en pas veel later over een kavel. Dat scheelt maanden verkeerde verwachtingen.
Dat het bij nieuwbouw zelden op de vergunning stukloopt maar op de fase ervoor, schreven we eerder in het stuk over vergund maar niet gestart. Waarom er zoveel meer woningen nodig zijn dan het aantal nieuwe inwoners doet vermoeden, staat in de uitleg over huishoudensverdunning. En dat mensen bij wie het te lang duurt gewoon stoppen met zoeken, zagen we terug in de cijfers over studenten die hun zoektocht staken.
22 september is een inbrengdatum, geen startsein
Het eerste moment dat er echt toe doet, is de vraag welke fracties in de Eerste Kamer met inbreng komen en waar die over gaat. Gaat het over de definities, dan is dit een technische passage. Gaat het over de financieringsgarantie en over wat gemeenten moeten doen, dan wordt het een lange behandeling. Pas als er een datum voor plenaire behandeling in de agenda staat, is er iets te plannen voor de mensen op dat grasveld.
Bronnen: het dossier van wetsvoorstel 36.780 bij de Eerste Kamer en RTV Utrecht over De Jelt en Rust en Reuring.